|
|
Ouderkerk Romantische Muziekweek 2010
|
|
|
Openingsconcert
'Muziek voor een zomeravond'
zondagavond 20 juni, 20.30 uur
1. Antonin Dvorak - Kwintet voor piano en strijkers in A, opus 81
Pauze
2. Gabriel Fauré - delen uit 'La bonne chanson' voor bariton, strijkkwartet en piano
3. Even voorstellen... strijkers uit het Erard Ensemble spelen korte werken van Ravel, Fauré en Janacek.
4. Pjotr I. Tsjaikovski - liederen en aria uit 'Yevgenji Onjegin'
Toelichting
Antonin Dvorak Pianokwintet in A, opus 81
Zoals al bijna een traditie is, wordt het festival door het Erard Ensemble geopend met een beroemd Pianokwintet, ditmaal van de Tjsechische componist Antonin Dvorak. In de zomer van 1887 componeerde Dvorák zijn Pianokwintet in A, opus 81 tijdens een verblijf in zijn zomerhuis buiten Praag. Deze periode was een van de gelukkigste in zijn leven; na een moeilijke tijd ging het hem zowel persoonlijk als professioneel voor de wind. Het Pianokwintet in A straalt dan ook van energie en levenslust, en vormt zo een bijzonder passende opening van ons festival in Ouderkerk. Ons goed humeur wordt ook versterkt doordat de bekende violist Peter Brunt als primarius optreedt met het Erard Ensemble.
Na de pauze
In het tweede gedeelte van dit zomeravondconcert zingt bariton Mattijs van de Woerd met het Erard Ensemble een selectie van liederen uit de cyclus ‘La bonne chanson’ van Gabriel Fauré. De teksten zijn van de dichter Paul Verlaine en beschrijven een kort moment van hoop in het leven van de dichter; na een periode van dronkenschap, spraakmakende affaires en zelfs geweld meende hij zijn geluk te kunnen vinden in een huwelijk met Mathilde de Mauté. Vervolgens kunt u in drie korte solistische optredens nader kennismaken met onze fantastische strijkers. Het poëtische ‘Violons dans le soir’ van Camille Saint-Saëns is een van de weinige composities voor de combinatie viool, zang en piano. Het gedicht is van de beroemde Mme Comtesse de Noailles, uit een bundel getiteld ‘Les Eblouissements’ (Betoveringen). Ons zomeravondconcert wordt besloten met enkele liederen en een aria uit de opera Yevgeni Onegin van Pjotr Tsjaikovski.
musici:
Mattijs van de Woerd, bariton
Peter Brunt, viool
Erard Ensemble
Casper Bleumers, viool
Guus Jeukendrup, altviool
Jan Bastiaan Neven, cello
Edward Janning, piano
------------------------------------
Woensdagavond 23 juni 2010, aanvang 20:30 uur
'Schumannomania'
1. Robert Schumann - 'Fünf Stücke im Volkston', opus 105 voor cello en piano
2. Robert Schumann - 'Fantasiestücke' opus 12 voor piano solo
pauze
3. Bach/Schumann - 'Chaconne' voor viool en piano
4. Schumann - Derde Pianotrio in g, opus 110
Robert Schumann
Dit jaar is het 200 jaar geleden dat Robert Schumann geboren werd. Ter gelegenheid hiervan is deze avond gewijd aan enkele hoogtepunten uit zijn oeuvre. Robert Schumann is een van de geliefdste componisten uit de Romantiek; zijn creativiteit, poëtisch karakter en gevoelige natuur komen samen in zijn muziek. Het programma wordt geopend met 'Fünf Stücke im Volkston', opus 105 voor cello en piano, gecomponeerd in 1849. De stukken hebben een mild karakter, licht en vaak vrolijk. De ruim 10 jaar eerder ontstane 'Fantasiestücke' opus 12 voor piano solo zijn gemaakt in een tijd dat Schumann zich vrijwel uitsluitend op muziek voor piano richtte. Aanvankelijk ambieerde Schumann ook een carrière als concertpianist, en nam daartoe lessen bij de bekende pianopedagoog Friedrich Wieck. Een blessure aan zijn hand betekende echter een vroegtijdig einde aan zijn pianostudie, waarbij hij ondertussen wel in contact gekomen was met Wieck’s dochter Clara, zijn latere vrouw. De 'Fantasiestücke' opus 12 behoren tot Schumann’s meest geliefde pianowerken, met een mengeling van virtuositeit en poëtische esprit.
De beroemde ‘Chaconne’ voor viool-solo van J.S. Bach behoort tot de grote muzikale monumenten van de westerse muziek. Schumann vereerde Bach, en was geïnspireerd door de sterke emotionele lading en ongeëvenaarde beheersing van polyfonie die hij in Bach’s muziek vond. Schumann’s bewerking van de ‘Chaconne’ is een interessante uiting van zijn liefde en bewondering voor Bach’s muziek. Als laatste werk kunt u luisteren naar het Derde Pianotrio in g, opus 110, een werk uit Schumann’s latere periode. De muziek is grillig, ritmisch pregnant en met een bijzonder lyrisch karakter. Schumann werd in de laatste jaren van zijn leven geteisterd door depressies en psychotische aanvallen. De muziek die hij in die tijd componeerde is lang niet goed begrepen geweest; men twijfelde aan Schumann’s geestelijke vermogens waardoor deze muziek lange tijd nauwelijks gespeeld werd. Tegenwoordig herkent men de grote inventiviteit en hartstocht die in deze muziek te vinden is, waardoor dit werk zelfs als een hoogtepunt in Schumann’s muzikale oeuvre beschouwd kan worden.
musici:
Casper Bleumers, viool
Jan Bastiaan Neven, cello
Paolo Giacometti, piano
----------------------------------
Lunchconcert
Z.o.o. Duo (gitaar) met Edward Janning (piano)
Donderdagmiddag 24 juni (12.30 uur)
1. Johann Kaspar Mertz (1806-1856) ‘Barcarolle’ voor gitaar en piano, opus 41
voor gitaarduo:
‘Mazurka’ ‘Unrühe’ ‘Vespergang’ ‘Tarantelle’
voor gitaar en piano:
‘Einsiedlers Waldglöcklein’
2. Robert Schumann (1810-1856)
delen uit 'Album für die Jugend’, opus 68
Johann Kaspar Mertz werd in 1806 geboren in Pressburg, het tegenwoordige Bratislava. Hij was als gitaarvirtuoos en componist actief in Wenen, waar ook andere belangrijke gitaarspelers en componisten als Anton Diabelli en Mauro Guiliani werkten. Een belangrijke invloed op zijn muziek was de pianomuziek van Chopin, Mendelssohn en Schumann. Johann Mertz was getrouwd met een pianiste, Josephine Plantin, en misschien dat hij om die reden vertrouwd raakte met pianomuziek. Vanmiddag kunt u kennis maken met muziek voor gitaarduo van Johann Mertz, en met twee van zijn duo’s voor gitaar en piano. Deze laatste combinatie is werkelijk zeldzaam te noemen, en ook wel problematisch omdat het moeilijk is een goede balans tussen de beide instrumenten te verkrijgen. De lichtere klank van de Erard vleugel zal, naar onze verwachting, in deze werken in ons voordeel werken en zo een optimale balans realiseren.
Robert Schumann heeft in zijn leven een groot aantal werken voor piano-solo geschreven, variërend van grootschalige virtuoze werken tot eenvoudiger composities die ook in het piano-onderwijs gebruikt konden worden. Tot de laatste categorie behoort het ‘Album für die Jugend’, opus 68, dat bestaat uit een collectie van 43 korte werken met uiteenlopend karakter, gemaakt voor zijn drie dochters. Nummers 1 to 19 zijn redelijk eenvoudig, daarna loopt de moeilijkheidsgraad snel op. Opvallend aan dit ‘Album’ is het hoge muzikale niveau dat in zelfs de meest eenvoudige stukken merkbaar is. Het is tot in het kleinste detail ‘echte’ Schumann, waardoor het een genot is naar deze stukken te luisteren, en helemaal om ze zelf te spelen. Vanmiddag speelt het Z.o.o. Duo een aantal bewerkingen van eigen hand, afgewisseld met uitvoeringen op piano van de originele versie door Edward Janning.
musici: Z.o.o. Duo
Peter Constant & Marion Schaap, gitaar
met Edward Janning, piano
----------------------------------------
Vrijdagavond 25 juni 2010, aanvang 20:30 uur
Duo Bilitis met 'L'Heure Espagnol'
1. Enrico Granados (1867-1916)-‘Valses Poeticos’
2. Manuel De Falla (1876-1946)- ‘Seven Spanish Songs’ voor zang en twee harpen (arr. C. Salzedo)
3. Maurice Ravel (1875-1937)-‘Introduction et Allegro’ voor twee harpen (arr. Eva Tebbe)
4. Maurice Ravel - ‘Cinq melodies populaires greques’ voor zang en harp (arr. Salzedo/Tebbe)
5. Maurice Ravel - ‘Sites Auriculaires’ voor twee harpen (arr. Duo Bilitis)
6. Xavier Montsalvatge (1912-2002)- ‘Cinco Canciones Negras’ voor twee harpen en zang (arr. Ekaterina Levental)
L’Heure Espagnole’ – een programma met Frans–Spaans repertoire van Ravel, Granados, de Falla en Montsalvatge.
De Franse componist Maurice Ravel was gedeeltelijk van Baskische afkomst; zijn liefde voor de Spaanse muziek die in veel van zijn werken terug te vinden is zat hem dan ook in het bloed. Blijk hiervan geven zijn beroemde sprookjeachtige harpconcert ‘Introduction et Allegro’ voor harp, strijkkwartet, fluit en klarinet en zijn debuutwerk ‘Sites Auriculairs’, hier door Eva Tebbe voor harpduo bewerkt. Zowel Manuel De Falla als Granados hebben veel tijd besteed aan het onderzoeken van autochtone Spaanse muziek, volksmelodieën, ritme en harmonieen, wat onuitwisbare invloeden achterliet in hun componeerstijlen. Van De Falla hoort u zijn beroemde en geliefde cyclus liederen ‘Siete Canciones Populares Espagnolas’ in een arrangement van de Spaanse harpist/componist Carlos Salzedo voor stem en twee harpen. Deze cyclus combineert nationalistische Spaanse elementen met een virtuoze componeerstijl en is een van de meest belangrijke werken van het Spaanse liedrepertoire.
Enrique Granados, een bekende pianovirtuoos, heeft vele koosnamen gekend, waaronder ‘Spaanse Chopin’ en ‘Laatste Romanticus’. Dit alles hoort u terug in zijn ‘ Valses Poeticos’ met hun poëtische, karakteristieke melodieën en eigenzinnig harmonische wendingen en ritmiek. Het programma besluit met ‘Cinco Canciones Negras’ van Xavier Montsalvatge, één van de sleutelfiguren van de Spaanse muziek van de 20ste eeuw.
musici:
Ekaterina Levental (harp/sopraan) en Eva Tebbe (harp)
--------------------------------------
'Muziek uit het hart van Europa'
Zaterdagavond 26 juni (20:30 uur)
1. Josef Suk - Ballade voor cello en piano in d, opus 3, nr 1
2. Antonin Dvorák - 'Terzetto' voor 2 violen en altviool
3. George Enescu - 'Konzertstück' voor altviool en piano
pauze
3. Johannes Brahms - Kwintet in G, opus 111, voor 2 violen, 2 altviolen en cello
De Tsjech Josef Suk is als componist niet zo beroemd geworden als zijn landgenoot Antonin Dvorak, met wiens dochter hij getrouwd was. Toch is zijn muziek spannend en origineel te noemen, met een hartstochtelijk Slavische karakter. De ‘Ballade’ opus 3, nr 1 voor cello en piano is een typerend werk van deze warmbloedige componist.
Antonin Dvorák’s ‘Terzetto’ is geschreven voor de ongebruikelijke combinatie van twee violen en altviool. Hij componeerde dit werk voor een huisgenoot, ene Josef Kruis, en diens vioolleraar. Het is aan te nemen dat Dvorák zelf de altviool voor zijn rekening nam. Het is zeer zonnige, lichte muziek die bedoeld is om in huiselijke sfeer onder vrienden tot klinken te worden gebracht.
Het ‘Konzertstück’ voor altviool en piano werd door George Enescu in 1906 gecomponeerd als examenstuk voor het Parijs conservatorium. De kwaliteit van dit uitzonderlijke werk werd snel herkend, en het behoort nu tot een van de meest aantrekkelijke en gespeelde werken in het repertoire voor altviool. De Roemeen Enescu combineert in dit werk invloeden uit de Duitse hoogromantiek met meeslepende, zeer Roemeense klanken en technische vuurwerk.
Johannes Brahms componeerde zijn strijkkwintet in G, opus 111, in 1890 met de bedoeling met dit werk zijn carrière af te sluiten. In een brief aan zijn uitgever Simrock liet hij weten dat Simrock van hem geen nieuwe werken meer hoefde te verwachten. ‘Het is hoog tijd om te stoppen’, aldus Brahms, die met dit strijkkwintet echter geen bezadigd of terugblikkend werk, maar een van energie bijkans barstende compositie maakte. Het eerste deel begint met een jubelende melodie in de cello, door de andere strijkers begeleid met een luide dynamiek. Dit veroorzaakte bij de eerste uitvoering veel commotie onder de spelers, die meenden dat de begeleiding veel zachter moest. Brahms gaf uiteindelijk hiervoor toestemming, maar herzag zijn idee niet. Het langzame deel heeft een prachtig elegisch karakter, waarin de inleidende melodie gespeeld wordt door Brahms’ favoriete instrument, de altviool. Het derde deel heeft de typisch schemerige en weemoedige sfeer die in Brahms’ late werken nogal eens voorkomt. De bruisende finale roept herinneringen op aan zijn Hongaarse werken, en daarmee ook aan Brahms’ eigen jeugd. Brahms kwam zijn belofte om met dit werk op te houden met componeren (gelukkig) niet na; een ontmoeting met een getalenteerde klarinettist inspireerde hem tot het maken van twee sonates voor klarinet en piano, een klarinettrio en een klarinetkwintet. Verder componeerde hij een nog een reeks korte werken voor piano-solo; de muzikale bron was nog lang niet opgedroogd!
musici:
Casper Bleumers, viool
Hike Graafland, 2de viool
Edith van Moergastel, altviool
Guus Jeukendrup, altviool
Mick Stirling, cello
Edward Janning, piano
------------------------------------
Slotconcert
'Satie & Champagne!'
Zondagavond 27 juni (20:30 uur)
Camille Saint-Saens - Pianotrio in F, opus 18
Liederen van Duparc, Hahn en Poulenc
pauze
Francis Poulenc - Sonate voor fluit en piano
Erik Satie - enkele piano-soli
Maurice Ravel - 'Chansons Madecasses' voor mezzo-sopraan, fluit, cello en piano
Het elegante en bruisende Pianotrio in F, opus 18 van de Franse componist Camille Saint-Saëns opent deze avond vol feestelijke Franse muziek. Het werk is Saint-Saëns op zijn best; alle delen staan vol originele muzikale vondsten die samen een prachtig gebalanceerd geheel vormen. Zijn inspiratie voor dit Pianotrio vond Saint-Saëns tijdens een vakantie in de Pyreneeën. De verschillende delen van dit trio worden vanavond afgewisseld door enkele Liederen van Duparc, Hahn en Poulenc. Het lijkt misschien een experiment, maar in de negentiende eeuw werden zelden alle delen van een werk achter elkaar uitgevoerd. Vocale en instrumentale delen werden vaak afwisselend geprogrammeerd waardoor een concert speelser en gevarieërder was dan zoals het nu gebruikelijk is. Op deze avond willen wij zo een oude traditie in ere herstellen.
Na de pauze klinkt de Sonate voor fluit en piano van Francis Poulenc. Het is een van de laatste werken die hij componeerde. Alle speciale kenmerken van Poulenc’s muziek zijn er in terug te vinden; melancholie, ironie, spannende ritmiek en melodieuze inventiviteit, zonder dat het ooit ‘geleerd’ of te serieus klinkt. De muziek is geraffineerd en toegankelijk tegelijk.
Erik Satie heeft als persoon minsten evenveel indruk gemaakt als als componist; zijn humor, jeugdige elan en anti-autoritaire karakter maakten hem geliefd bij een bont gezelschap van musici, schrijvers en theatermakers. Zijn zeer herkenbare pianomuziek is enorm populair geworden dankzij de pretentieloze eenvoud en de prachtig getroffen sfeer die uit deze werken straalt.
De korte cyclus ‘Chansons Madecasses’ (Liederen uit Madagascar) behoort tot de meest bijzondere werken van Maurice Ravel. Uitgangspunt zijn gedichten, uit het Madagaskisch vertaald door Evariste Désiré de Forges Parny (1753-1814), waarin verhaald wordt hoe de paradijselijk levende inwoners van Madegascar door Europenanen bedrogen en uitgebuit worden. Na een heftige strijd weten zij echter de indringers te verjagen en keert de rust weer terug. Natuurlijk bestonden deze gedichten niet werkelijk, en komt alles uit de fantasievolle pen van De Forges Parny, maar het exotische karakter van deze gedichten werkte sterk tot de verbeelding van Ravel, die ze in de ongewone bezetting van mezzo-sopraan, fluit, cello en piano op uiterst spannende muziek zette.
musici:
Marjolein Niels, mezzo-sopraan
Rob van Dord, fluit
Casper Bleumers, viool
Jan Bastiaan Neven, cello
Edward Janning, piano
|
|
|
|
|
|